De geschiedenis van Tobias

Tobit en Anna, schilderij van Rembrandt, 1626

Kinderen in Nieuw-Amsterdam leerden de "Geschiedenis van Tobias". Wat was dat voor geschiedenis?

Het bijbelboek Tobit beschrijft de lotgevallen van Tobit, een joodse vluchteling die met zijn vrouw Anna en zijn zoon Tobias in AssyriŽ woonde. De oude Tobit was arm, blind en héél eerlijk.

Toen zijn vrouw Anna eens thuiskwam met een bokje, gekregen van haar werkgever, dacht Tobit dat ze het dier gestolen had. Hij beval haar het bokje terug te brengen. Toen hij inzag dat hij een fout had gemaakt vond hij zichzelf zo

slecht, dat hij God smeekte om hem te laten sterven (hij bleef gewoon leven).

Om zijn zoon Tobias te behoeden voor het armoedige leven van een vluchteling stuurde Tobit hem naar een man in de stad Rages, aan wie hij ooit geld had geleend. Als reisgezel vond hij iemand die Azarias heette, maar die eigenlijk een engel was die RafaŽl heette.

Tijdens hun reis nam Tobias een bad in de rivier de Tigris, waar hij werd aangevallen door een grote vis. De engel raadde Tobias aan om de ingewanden van de vis te bewaren. Later lukte het Tobias om met behulp van die ingewanden een krankzinnig meisje weer beter te maken. Hij trouwde met het meisje, Sarah, en keerde als een rijk man huiswaarts.

Thuis wreef hij de ogen van Tobit in met vissengal, waarna de vader ineens weer kon zien. Op dat moment maakte de engel RafaŽl bekend wie hij was, en verdween.

Tobit en Tobias vormen het onderwerp van veel schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken. Rembrandt maakte meer dan twintig schilderijen waarop hij momenten uit het verhaal afbeeldde.